Averbode Bos & Heide

Averbode Bos & Heide

Averbode Bos & Heide

Averbode Bos & Heide

Averbode Bos & Heide

Averbode Bos & Heide

Natuurpunt

Natuurpunt Grote Nete

Natuurpunt Tessenderlo

De Merode

Life

MOOI AVERBODE BOS & HEIDE
Waarom natuurinrichting en ingrepen in Averbode Bos en Heide?

Biodiversiteit kleurt mee de rand van Kempen en Hageland

Regionale natuurverenigingen nu verenigd in Natuurpunt nemen al sinds de jaren ’70 van vorige eeuw hun verantwoordelijkheid voor de natuur en het landschap in het land van ‘De Merode’, de groene driehoek tussen Diest, Aarschot en Westerlo. Gebieden als Averbode Bos & Heide en de Langdorpse duinen waren anders villaverkavelingen geweest, de Demervallei tussen Diest en Aarschot een grootschalige recreatieplas met jachthaven, de Langdonken en het Goor nabij Herselt volledig door weekendverblijven opgeslokt, Gerhagen en de Houterenberg (Tessenderlo) een intensief recreatiegebied. Naast een goede wettelijke en ruimtelijke bescherming bleek de beste strategie uiteindelijk de waardevolste kernen in beheer te nemen. Want bescherming op papier kan dikwijls in praktijk geen echte bescherming en duurzaam beheer garanderen. Zonder beheer zouden ze er vandaag heel anders uitzien, dikwijls ongenietbaar en in vele gevallen ontoegankelijk. Daarom steekt Natuurpunt , als vereniging voor natuurbehoud, haar nek uit en troost zich enorme inspanningen om deze gebieden waarde te geven: zowel voor de natuur, voor de mensen als voor de hele streek. 

 

De groene rand is niet zomaar een franje

Het Hageland wordt van de Zuiderkempen zichtbaar afgesloten door een hoge rand: een rij van zandbergen (landduinen) die op het einde van de laatste ijstijd werden opgeblazen vanuit de toen zeer brede en periodiek droogvallende Demervallei. Grosso modo is deze rug van west naar oost te volgen ten noorden van de huidige benedenstroomse Dijle van Bonheiden bij Mechelen, via Keerbergen en Tremelo, en vervolgens langsheen de huidige Demer tot het Aarschotse Meetshoven, de Langdorpse duinen, Averbode Bos & Heide, Dassenaarde en Prinsenbos bij Diest tot het gebied Gerhagen in Tessenderlo. Deze onvruchtbare strook was weinig gewild voor de landbouw en bleef tot een eind in de 20ste eeuw een ‘natuurlijk’ karakter behouden. Heide, kreupelhoutbossen en vennen waren eeuwenlang het decor. Vanaf de 19de verschijnen de dennenbossen op het toneel, inspelend op de vraag naar “stuthout” voor de opkomende steenkoolmijnen.

In de ‘belle epoque’ rond 1900 ontdekt het opkomend toerisme deze mooie streek. Hotels en pensions schieten als paddestoelen uit de grond en hebben namen die de natuur verheerlijken:  ‘La bruyère’, ‘La quiétude’, ‘Les sapins’, ‘Sans souci’, ‘Le bois fleuri’ ea. Spijtig genoeg waren zij de voorbode van de teloorgang door villaverkaveling van het grootste deel van de Brabantse Kempen tussen Keerbergen en Tremelo. Het opkomend autobezit maakte het mogelijk om op de geliefde vakantieplek te gaan wonen en tegelijk in de stad uit werken te gaan. De verkavelingsplannen breidden zich gestaag in oostelijke richting uit en toen ze in de jaren ’70 het Aarschotse Meetshoven en de duinen en heuvels van Averbode dreigden op te slokken kon de Regionale Vereniging Natuur en Landschap, nu Natuurpunt Oost-Brabant, tezamen met Jeugd en Leefmilieu Aarschot via actie voldoende gewicht in de schaal werpen om dit te verhinderen. Ondanks de oprukkende versnippering kwamen door deze inzet vele mooie stukken uiteindelijk toch nog als groengebied op de gewestplannen.

Voor natuurbehoud en natuurbeleving is het zwaartepunt noodgedwongen aan de oostelijke kant van deze groene rand komen te liggen. In Aarschot is het Meetshovenbos ondertussen grotendeels eigendom van het Agentschap voor Natuur en Bos en heeft ambities als stadsbos, de Langdorpse Heimolen en omgeving is al langer een parel van een project van Natuurpunt waar we een synthese realiseren tussen natuur en cultuur, natuurherstel en natuurbehoud, bescherming en natuurbeleving. Naar Vlaamse en internationale normen vinden we de belangrijkste natuur rond het Drieprovinciënpunt van Averbode. Natuurpunt is er al langer actief in de gebieden Asdonk te Molenstede (met de voormalige Wielewaal) en vooral in het zeer gevarieerde landschap van Dassenaarde. Aansluitend is er de vallei van de Drie Beken met het Prinsenbos, een projectgebied van het Agentschap voor Natuur en Bos. In 2006 kreeg Natuurpunt de verantwoordelijkheid toegewezen voor het 500 ha grote Averbode Bos & Heide, een grensoverschrijdend gebied op Scherpenheuvel-Zichem, Laakdal en Tessenderlo dat deel uitmaakt van het domein De Merode. Via een ander project van Natuurpunt ‘Catselt’ wordt nog een verbinding tussen Averbode en de Demerbroeken open gehouden. Het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse Gemeenschap, de gemeente Tessenderlo en de provincie Limburg zijn actief in de aansluitende gebieden van Gerhagen, de Houterenberg en de Rodeberg. Samen bijna 2000 hectare natuur- en bosgebied waarvan een kleine helft in beheer.  

Ondanks deze rijkdom aan groene gebieden ging de natuurwaarde en de rijkdom aan planten en dieren sterk achteruit. Naast de gekende problemen als versnippering, indringen van vermesting en verzuring… deed vooral het louter op houtproductie gerichte beheer met ontginning en ontwatering veel biodiversiteit teniet. Waterstanden werden verlaagd, eeuwenoude vennen drooggelegd en gevarieerde loofbossen omgezet in monotoon donkere naaldbossen. Eigenlijk bleef geen enkele plek gespaard, veel planten en dieren verdwenen vorige eeuw uit het gebied , anderen werden teruggedrongen tot een aantal vergeten hoeken en kanten (relictpopulaties). Het gaat dan om kwetsbare soorten en soorten die internationaal zeldzaam en belangrijk zijn en tot de Vlaamse Rode lijst en de soorten van de Habitatrichtlijn behoren.

Omwille van die natuurwaarde en nog meer omwille van de grote mogelijkheden tot herstel werden deze gebieden door Europa aangewezen als van internationaal belang met de opdracht aan Vlaanderen om ze te beschermen als leefgebied voor de bedreigde soorten. Een extra pluspunt bij de aanduiding was de naar Vlaamse normen uitzonderlijk grote concentratie aan bijzondere habitats of ontwikkelingsmogelijkheden hiervoor, zoals loofbossen, heiden, landduinen, veen, vennen en alle overgangen daartussen. Natuurpunt heeft van in het begin een doorslaggevende rol willen spelen bij de verwerving van het 1200 hectare grote domein De Merode. Verschillende gelijkgezinde partners konden op één lijn worden gebracht om versnippering van het gebied tegen te gaan en één beheersvisie te ontwikkelen. Vervolgens werden voor elk deelgebied de prioriteiten voor natuur, bosbouw en recreatie geïnventariseerd en vastgelegd.

 

Kansen waarmaken in Averbode Bos & Heide

Voor het gebied Averbode Bos & Heide stond van in het begin het herstel van natuurwaarden en de ontwikkeling van een fraai, gevarieerd landschap met grote belevingswaarde voorop. De stuurgroep De Merode (waarin alle partners: openbare besturen, gemeenten en terreinbeherende organisaties samen zitten) gaf de opdracht om herstel van natuur –en in bijzonder van vennen, heide, duinen en loofbos- in dit deelgebied prioriteit te geven. Zo werd het ook opgenomen in het ‘Charter de Merode’. Pas nadat deze doelstelling was vastgelegd, wees uiteindelijk minister Kris Peeters het gebied Averbode Bos & Heide toe aan onze vereniging met de opdracht de doelstelling te realiseren. Herstel van de biodiversiteit in een gevarieerd landschap moet ook de belevingswaarde van de regio en de aantrekkelijkheid voor de recreant en toerist sterk vergroten. Want dit kan een belangrijke troef zijn voor de toekomst van deze streek.

Voor het uitstippelen van het beheersplan voor Averbode Bos & Heide is niet over één nacht ijs gegaan: kansen voor natuur en biodiversiteit zijn zeer degelijk ingeschat op basis van bodem, natuurlijke waterhuishouding, randeffecten, reliëf, historisch bodemgebruik, huidige soortensamenstelling met in bijzonder (rest)populaties of nabijheid van bedreigde soorten, zaadbank van (ev. verdwenen) vegetaties, cultuurhistorisch waardevolle elementen en patronen, gunstige ontsluiting voor bezoekers en kwetsbare (vogel)soorten… Hiervoor werden tal van specialisten ingeschakeld, de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), gemeentebesturen, omwonenden…Het uiteindelijk beheersplan werd - na het inwinnen van bijkomende adviezen en een aantal aanpassingen - in de loop van 2007 goedgekeurd door de Vlaamse overheid. Dit beheersplan geeft ook het wettelijk kader voor het beheer dat nu en in de toekomst zal plaatsvinden. Het is vervolgens voorgelegd en besproken op diverse publieke infoavonden en via bus aan bus kranten. Eén ding staat vast: het uitgangspunt en de doelstellingen van dit beheersplan - zowel voor biodiversiteit, landschap als mens - staan als een huis!

 

Aan het werk! Een doorkijk naar een nieuwe toekomst

Om dit ambitieuze project te realiseren zocht en vond Natuurpunt steun bij Europa en de Vlaamse Overheid. Europa keurde een Life-project goed. Dit is een door de Europese commissie ondersteund natuurherstelproject om te komen tot Europees belangrijke leefgebieden voor bedreigde soorten en ecosystemen, kortom voor topnatuur. De Vlaamse overheid sloot zich hierbij aan met een natuurinrichtingsproject dat gecoördineerd wordt door het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij. De deadline voor uitvoering van het project is vastgelegd op 2011.

Een blauwe draad
Belangrijkste maatregel is het herstel van de natuurlijke waterhuishouding. Door het dichten van diepe ontwateringsgrachten zullen verdwenen vennen terug spontaan verschijnen. Zowel het Europees Life-project als het Vlaamse natuurinrichtingsproject maken hiervan een absolute prioriteit. Ecologisch valt een gelijkaardig vennengebied immers zeer zelden te herstellen. De bodem- en waterkwaliteit in Averbode en omgeving is van die aard dat ‘verzuring’ hier niet of veel minder toeslaat. Elders in Vlaanderen en Europa is dat de doodsteek voor veel vennen. Bovendien is in Averbode de mix met andere internationaal belangrijke habitats nog een bijkomend pluspunt. Het gebied heeft het voordeel dat het grotendeels een eigen waterhuishouding kent met beekjes die in het gebied zelf ontspringen en dus geen (negatieve) invloed – zoals vervuiling - van buitenaf ondervinden. Omgekeerd geeft het vasthouden van water geen hinder voor andere gebruikers. Integendeel, het opsparen van water in dit relatief uitgestrekt gebied zorgt voor de buffering tegen wateroverlast in lager gelegen (woon)gebieden en geeft neerslagwater terug tijd en kans om te infiltreren in het grondwater.. Bij de uitvoering van het Life project moet het op de bodems van de vennen aangeplante naaldbos eerst wijken voor het water. Zonder deze voorafgaande ingreep dreigen op termijn trouwens deze dennen massaal om te waaien of af te sterven, alleen al door het niet langer onderhouden van het grachtenstelsel. 

 

En paarse vlekken
Vleksgewijze wordt ook aan de heide terug kansen gegeven, in totaal over zo’n 15% van de oppervlakte. Bedoeling is niet om de volledige historische oppervlakte van heide (ooit bijna de helft van het gebied) te herstellen. In 1650 nam de paarse vlakte ongeveer 35% van het gebied in. Onder heide verstaat het beheerplan het hele scala van natte venige heide aan de oevers van de vennen en de turfgronden tot het open stuifzand. Bijzonder is dat op de wat rijkere ijzerzandsteenheuvels terug heischrale graslanden kunnen ontwikkeld worden, een op Europees vlak en volgens de Habitatrichtlijn absoluut prioritair geacht landschapstype. Naar Vlaamse normen bijzonder is dat op de noordelijk gerichte hellingen zgn. bosbesrijke heide kan en zal ontwikkelen, daarentegen op de zuidhellingen zal gaspeldoornstruweel zijn plaats vinden, een begroeiing die trouwens hetzelfde microklimaat prefereert als wijnranken!
Veel van de heide zal in een andere verschijningsvorm voorkomen dan dit historisch het geval was, met name als boomheide, in brede zomen of als open plekken. Dit geeft de beste kansen voor een rijke biodiversiteit. Voor het onderhoud ervan worden  momenteel met een schapenhouder afspraken gemaakt. Gelukkig blijven heidezaadjes lang kiemkrachtig, wellicht meer dan 100 jaar. Als de relatief recente denaanplantingen worden verwijderd samen met de zure strooisellaag, werpt dit meestal snel zijn vruchten af.

De nieuwe plaats voor de heide werd zorgvuldig gekozen op basis van een maximum aan reliëf-, bodem- en vochtgradiënten en het voorkomen van relictsoorten en een levensvatbare zaadbank in de bodem. Op deze manier kan grote soortenrijkdom behouden en ontwikkeld worden op een relatief beperkte oppervlakte, waardoor meer ruimte vrij komt om aan het loofbos recht te doen. Het historische kerngebied van de heide, met name het noordelijk gedeelte van het Antwerpse en het Limburgse deelgebied, is trouwens de plaats waar specifiek voor het behoud van een uitgestrekt naaldbos wordt gekozen.

In een levenskrachtig bos
Het bos zal het landschapsbeeld ook in de toekomst blijven bepalen. Want uiteraard is het onze eerste prioriteit om de zeer belangrijke resten van de ‘historisch permanente loofbossen’, te versterken. Hier ligt een unieke kans. Oude loofbossen zijn een echte zeldzaamheid in de zandstreek, rond Averbode komen ze nog vleksgewijze voor dankzij de vroegere bescherming binnen het abdijdomein. De naaldhoutaanplantingen van de 19de en de 20ste eeuw werden op vele plaatsen aangelegd ten koste van dit type loofbos.
Vandaag zijn deze denaanplantingen ecologisch, maar ook economisch, veel minder relevant geworden, zeker in een gebied met doelstelling natuur en biodiversiteit. Kaprijpe dennen of aanplantingen, die door het gebrekkig onderhoud tijdens de laatste periode onder De Merode nog maar weinig toekomstwaarde hebben, zullen tijdens de projectperiode tot 2011 versneld omgevormd worden naar inheems loofbos.

Dit loofbos ontstaat spontaan en kan grotendeels op eigen benen staan, en behoeft weinig of geen ingrijpen meer achteraf. Kaprijpe dennen of aanplantingen met weinig toekomstwaarde worden tijdens de projectperiode tot 2011 versneld omgevormd tot inheems loofbos. Voor het overgrote deel van het gebied zal het plaats maken voor het loofbos enkel gebeuren door dunnen van het naaldhout volgens het regulier bosbeheer en gespreid over een lange termijn. Daarmee komt geleidelijk de ruimte vrij voor de overal spontaan opschietende inheemse loofbomen zoals eik, beuk en berk, maar ook grove den. Het meeste naaldhout is hier ooit aangeplant voor de houtproductie en ging dus toch vroeg of laat allemaal gekapt worden. Monotoon dennenbos is in onze streken een louter ‘cultuurlijk’ gegeven en blijft vroeg of laat afhankelijk van verzorging door de mens. Het loofbos daarentegen houdt zichzelf in stand en mag zoals voorzien in het beheersplan ‘oneindig oud’ worden. Oude loofbossen en vooral de natte types met aangroeiende turflagen die we in de vroegere veengebieden van Averbode terug kansen willen geven slaan netto en op een veel duurzamer wijze koolstof (CO²) op dan de ontwaterde dennenbossen met korte omlooptijd..
Om cultuurhistorische redenen maar ook omwille van sommige natuurwaarden (vb. vogels van naaldhout) zal ongeveer 1/5 van de naaldbossen ook op lange termijn als landschapsbeeld in stand worden gehouden. Bedoeling is wel dat dennenbomen veel langer zullen mogen doorgroeien dan in de bosbouw gebruikelijk is, wat de ecologische waarde sterk kan verhogen en tevens een bijzonder studieobject zal zijn.

Waaronder het zeldzame broekbos
Naast het herstel van vennen en heide, voorziet het beheersplan ook in de ontwikkeling van een belangrijke oppervlakte veenbos daar waar in meer uitgestrekte, ondiepere laagtes het neerslagwater zal verzamelen. Het is een bewuste keuze om ook dit bostype terug kansen te geven, alhoewel het al veel langer zo goed als uitgeroeid is in de omgeving van Averbode en eigenlijk in gans Vlaanderen. Het is terug vanaf nul herbeginnen en het valt niet te voorspellen wanneer er welk resultaat kan worden bereikt. Het is vertrouwen hebben in wat de natuur op eigen kracht - en tempo - kan doen. Een evolutie waar niemand onder ons nog het resultaat zal van zien, iets wat zich (hopelijk) zal uitstrekken over generaties. We hopen dat op termijn zich hier het zeer zeldzame broekbos met zachte berk zal vestigen.

Venen zijn minstens zo belangrijk voor regulering van het klimaat als duurzame bossen omdat ze enorm veel koolstof bevatten. Dit wordt nogal eens vergeten. ‘Klimaatbossen’ aanplanten op ontwaterde gronden is dan ook een slag in het water (of beter gepast: op het droge). Wereldwijd schat men dat ongeveer 75 % van de koolstof in de atmosfeer ligt opgeslagen in venen. Door veranderingen in landgebruik en klimaat dreigt wereldwijd die koolstof echter in grote gebieden te oxideren, een proces dat door historische ontginning trouwens reeds voor een groot deel voltrokken is in Vlaanderen. Het verlies van veengebieden leidt tot een uitstoot van kooldioxide die een zeer belangrijke surplus vormt op de reeds problematische uitstoot afkomstig van fossiele brandstof.  Natuurontwikkeling in al zijn aspecten kan – hoe klein ook - aan deze problematiek een positieve bijdrage leveren. Of hoe bij de natuurinrichting geïntegreerd gedacht wordt: natuurversterking, verhoging belevingswaarde, integraal waterbeheer en opslag CO2.  

 

Toegankelijk en genietbaar
Uiteraard hoort ook het optimaal inrichten van het gebied voor wandelaars, fietsers en ruiters bij onze opdracht. Een aantal historische dreven worden hersteld en heraangeplant. De meeste paden worden terug ‘reliëfvolgend’ aangelegd omheen de vennen en over de heuvels. Tracés worden zo gelegd dat de verschillende soorten zachte recreatie naast mekaar volop aan hun trekken kunnen komen, dit zonder mekaar en de kwetsbaarste natuur te hinderen. Een groot natuurgebied biedt de kans om te bewijzen dat recreatie en natuurbehoud gezoneerd perfect samen kunnen leven en mekaar ondersteunen! Van het reliëf wordt trouwens gebruik gemaakt om vanaf de paden een aantal doorzichten met verbazende panorama’s te creëren zoals een prachtige doorkijk naar de lager gelegen vennen. De toekomstige bezoeker wacht dus een veel afwisselender, zeer beleefbaar en avontuurlijker gebied.
In het goedgekeurd beheerplan is op grondgebied Laakdal een oppervlakte van 30 ha aangeduid als speelbos (wellicht één van de grootste in Vlaanderen), een ander kleiner speelbos sluit aan bij het gemeentelijk speelbos bij Averbode.

 

Tot slot

Averbode Bos & Heide wordt ongetwijfeld een bos-, heide- en vennencomplex vol leven. Rode lijstsoorten zoals nachtzwaluw, boompieper, havik en wespendief zullen hier kortelings terug hun leefgebied hebben, het vleesetende plantje kleine zonnedauw, beenbreek, de klokjesgentiaan en de ruige anjer zullen hier terug bloeien. Dit geheel zal een unieke belevingswaarde verkrijgen, te vergelijken met het grenspark De Kalmthoutse Heide of het Nationaal Park De Hoge Kempen. De natuurinrichting betekent nu een reeks ingrepen met tijdelijk ongemak. Maar net als bij de verbouwing van een huis is zulk ongemak onvermijdbaar en gelukkig slechts tijdelijk.

ONDERSTEUNENDE KADERTEKSTEN

In uitzonderlijke gevallen bomen kappen voor meer natuur? 

Natuurpunt staat ook voor bossen en bosuitbreiding. Binnen haar gebieden werkt Natuurpunt mee aan bosuitbreiding en het tot stand komen van duurzame bossen. Maar zeg niet zo maar bos tegen een bos. Intensieve bosbouw heeft (net als intensieve landbouw) vorige eeuw geleid tot enorme achteruitgang van biodiversiteit, tot donkere, soortenarme en kwetsbare bossen van dezelfde leeftijd zonder diversiteit. En dit op plaatsen waar de biodiversiteit het laatst had standgehouden zoals in natte valleien en op droge heuvels voordat de aanplant van de dennen- en sparrenakkers er een einde aan maakte. De zandrug tussen Hageland en Zuiderkempen (met Averbode Bos & Heide, Dassenaarde…) bestaat uit heuvels, duinen en kommen waar van nature kurkdroge tot kletsnatte loofbostypes, vennen en venen voorkomen en ook effectief voorkwamen. Een gevarieerd loofbos bevat normaliter veel soorten van zomen, open plekken en heide. Dat beeld werd in Averbode afgelopen 150 jaar volledig “verduisterd” door de monotone aanplanting van naaldhout. De resterende loofbossen werden herleid tot één, meestal ontwaterd en overwegend soortenarm en kwetsbaar type.

Het bosbestand op de heuvelrug tussen. Hageland en Zuiderkempen was (is) grotendeels in particuliere eigendom en bestaat voor meer dan 90% uit aangeplant naaldhout. Begrijpelijk, want lange tijd was dit het meest lonende ‘gewas’ voor de eigenaar om zijn schrale grond toch nog enigszins te laten renderen. De grootschalige naaldhoutplantages in Averbode waren enkel zinvol in een tijdperk van steenkoolmijnen (voor het stuthout) én konden maar opbrengen door het permanent onderhoud van het diep grachtenstelsel, het vrijhouden van exploitatiewegen, het dunnen en opsnoeien van aanplantingen. Door het wegvallen van deze ‘economische context’ zagen de eigenaars geen toekomst meer in het gebied. Het arbeidsintensieve naaldhoutbos is daarom het landschap van het verleden, het arbeidsextensievere natuurgebied vol met boeiend leven en genietbaar voor de mensen dit van de toekomst.

Deze dennen zijn ooit aangeplant voor de houtproductie en zouden dus vroeg of laat allemaal gekapt worden. Het loofbos daarentegen mag zoals voorzien in het beheersplan ‘oneindig oud’ worden. Oud loofbos en veengebieden (turflagen) slaan netto veel meer koolstof (CO²) op dan ontwaterde dennenbossen met korte omlooptijd. De biodiversiteit is er oneindig veel groter. Dat zijn de redenen waarom er een omvorming aan de gang is.
In beheerde natuurgebieden proberen we kansen te bieden aan natuur en landschap die niet rechtstreeks (wel onrechtstreeks!) in geld zijn te valoriseren. Is de mogelijkheid om in dit gebied van een arm bos te laten evolueren naar een bos- en natuurgebied vol leven en genietbaar voor de mensen net niet één van de redenen geweest waarom er node natuurreservaten moesten worden opgericht? Variatie moet er zijn!



Pleidooi voor meer en beter bos

Natuurpunt heeft steeds in de bres gestaan voor bossen en bosuitbreiding. Alhoewel vandaag veel aandacht gaat naar nog veel meer bedreigde natuurtypes zoals moerassen, graslanden, heide en duinen, is het zonder twijfel zo dat bos in de beheerplannen en bij natuurontwikkeling de norm is en moet zijn. Binnen de grenzen van wat financieel en wettelijk mogelijk is, werkt Natuurpunt actief mee aan bosuitbreiding en het tot stand komen van duurzame bossen.
Maar bij de vraag naar extra beboste ruimte botsen we samen met de bosbouwsector op het momenteel ‘in quarantaine’ geplaatste agrarisch gebied in Vlaanderen (tenminste toch als het over  natuurontwikkeling of bos gaat). Veel van onze acties blijven dus noodgedwongen beperkt tot weinig perspectief biedende discussies rond de afbakening van de agrarische, de natuurlijke en de bosstructuur.   

Natuurpunt wil verder zien dan bomen. Anders dan de bosbouw willen we in de beheerde natuurgebieden op vele plaatsen bossen spontaan laten ontstaan. Trouwens, elk plekje dat ongemoeid wordt gelaten zal op korte of lange termijn spontaan ingepalmd worden door bomen. Dit zijn dan niet altijd de exemplaren die het meeste opbrengen, maar wel zij die er thuishoren en  ruimte geven aan en samenleven met veel andere soorten planten en dieren. Een ecologisch rijk bos is bovendien zeer ongelijkjarig van opbouw en leeftijd, en de meeste ‘bossoorten’ zijn strikt afhankelijk van deze variatie.

  1. Uit het verhaal van het domein De Merode blijkt al dat bos met een hoge biodiversiteit zeldzaam geworden is in Vlaanderen door de manier waarop er in het verleden mee omgesprongen is: intensieve bosbouw uitsluitend gericht op productie, monoculturen van naaldhout en populieren op de laatste plekken waar biodiversiteit overleefde, nml. op de heuvels en in de valleien, het verdwijnen van de typische bossoorten naar randen en zomen, waar ze dan sneuvelden door de intensieve landbouw, en tenslotte de verkavelingsdrift waardoor grote oppervlaktes bos tegen de vlakte gingen. Vlaanderen heeft duidelijk nood aan meer bos.

 

Vennen: van het verleden naar de toekomst

Wie vandaag in de streek rondloopt, kan niet vermoeden welk waterrijk verleden dit gebied eigenlijk kende en dat het maar een kleine moeite vraagt om het terug tot leven te brengen. De onderliggende ‘ijzerzandsteengronden’ bevatten immers ter plaatse veel klei en het is algemeen bekend dat het water er maar traag kan wegzakken. Vermoedelijk is dit trouwens één van de redenen waarom de streek zo laat in cultuur is gebracht.

Het zijn waarschijnlijk de Norbertijnen van de abdij van Averbode geweest die de situatie wisten te benutten want op een kaart uit het abdijarchief (Lowis, omstreeks 1650) is hun eigendom (het huidige natuurgebied) getooid met een keten van vennen en vijvers die blijkbaar als viskweekvijvers goede dienst bewezen. De omvang van deze plassen bedroeg toen meer dan 15% van het totale gebied! Ook op enkele latere kaarten - die de ruimere omgeving bestrijken - zien we dat de streek tussen Langdorp en Molenstede werkelijk bezaaid ligt met kleine en grote plassen. Het recreatiedomein ‘De Vijvers’ te Averbode is vandaag het enige noemenswaardige overgebleven restant van deze waters.

De viskweek bleek achteraf niet meer rendabel of nodig en in de 19de eeuw verdwijnen bijna al deze vijvergebieden plots uit beeld. Een uitgekiend diep grachtenstelsel maakte het mogelijk om het water efficiënt af te voeren en zelfs op de bodem van de vroegere vennen kon aan land- of bosbouw worden gedaan. Tenminste zo lang men de grachten prima bleef onderhouden. Afgelopen decennia werd dit echter mee en meer verwaarloosd en gronden werden snel natter, er begonnen naaldbomen om te vallen of paden onder te lopen.

De oude, stoffige kaarten bleken een handig werkmiddel om in het gebied op zoek te gaan naar de contouren van deze vergeten vennen. En de meeste zijn inderdaad nog perfect terug te vinden en goed herkenbaar voor wie er wil op letten. Aan de hand van een aantal hypermoderne hoogtescans komen de dieper gelegen kommen (te vergelijken met duinpannen aan de kust) nog veel beter in beeld. Onderzoek naar de hedendaagse waterhuishouding heeft aangetoond dat het gebied een volledig eigen waterhuishouding heeft (stagnerend water op de kleibodem) en wanneer grachten zouden gedicht worden -of op termijn vanzelf verstopt geraken- dat de vennen gewoon zullen ‘vol regenen’. De vennen hier vandaag terug de kans geven, is gewoonweg het goedkoopste en meest duurzame beheer van deze zones voor de toekomst. 

En uiteraard ontstaan daardoor naast zeer grote ecologische troeven, ook recreatieve troeven. Uit alle onderzoek blijkt dat het voorkomen van water - onder de vorm van zee, plas, rivier…- mee als voorwaarde wordt gezien voor een geslaagde buitenuitstap. In Averbode zullen, dankzij het heuvelachtig reliëf, overzichten en doorkijken ontstaan op ‘schitterende’ waterplassen wat ongetwijfeld een onvergetelijke indruk zal nalaten op bezoekers. Naast de troeven van de abdij, het recreatiedomein, de Demer- en Netevallei, de nabije cultuurhistorische stadjes zal het zeer gevarieerde landschap van Averbode Bos & Heide een geweldige verrijking zijn voor de aantrekkelijkheid van de

 

Een plek voor de heide

De rand van Kempen en Hageland is op oude kaarten nog te herkennen als een paarse heidevlakte. Dit landschap evolueerde naar intensief landbouwgebied of dennenbos voor de aanplanting van 'mijnhout'. Later kwamen hier villaverkavelingen in de plaats. Restjes heide kwijnen op veel plaatsen verder weg door inspoeling van meststoffen. Want heide wil enkel maar groeien op voedselarme grond. Wanneer de grond te zuur wordt (b.v. door zure neerslag of dennennaalden) blijven enkel nog een paar taaie grassen over. Het is een pijnlijke vaststelling dat zoveel bossen van de zandrug tussen Kempen en Hageland zijn verkaveld, maar qua oppervlakte (niet qua kwaliteit) is de bebossing in de streek vorige eeuw toegenomen. De achteruitgang is echter vooral dramatisch voor heide, stuifduin, moeras en nat grasland, vennen en voedselarm veen met een achteruitgang van 90 tot 99,9 %!

In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, is heide bij ons een oeroud fenomeen. In het natuurlijk woud vond een zonneklopper als heide steeds wel een open plek om te groeien. Oude bomen stierven af of waaiden om, er liepen meer wilde grazers rond en veengronden waren te zuur en te arm voor bos. De uitgestrekte heidevelden daarentegen kwamen er bij de gratie van de mens. In de middeleeuwen floreerden onze steden dankzij de heideschapen de wol leverden voor de productie van laken.

In heide leven tal van specifieke dieren en planten, bijvoorbeeld de nachtzwaluw en de boomleeuwerik, maar ook de levendbarende hagedis, de veldkrekel en tal van keversoorten. Heide heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde, net zoals sommige monumenten is het een getuige uit een (ver) verleden. Wegens niet-productief meer voor andere doeleinden ziet het er naar uit dat heide enkel nog in een aantal beheerde natuurgebiedjes kan overleven. Niet dat we daar de uitgestrekte heidevelden van weleer zouden terugwillen (daarvoor is er trouwens geen plaats meer), wel streven we naar een kleinschalige afwisseling in een boeiend landschap, en heideontwikkeling op die paar plaatsen waar er kansen zijn, zowel qua milieuomstandigheden als naar ruimtebalans. 

 

Luc Vervoort

steun@averbodebosenheide.be