Mooie vragen
In uitzonderlijke gevallen bomen kappen voor meer natuur?
Natuurpunt staat ook voor bossen en bosuitbreiding. Binnen haar gebieden werkt Natuurpunt mee aan bosuitbreiding en het tot stand komen van duurzame bossen. Maar zeg niet zo maar bos tegen een bos. Intensieve bosbouw heeft (net als intensieve landbouw) vorige eeuw geleid tot enorme achteruitgang van biodiversiteit, tot donkere, soortenarme en kwetsbare bossen van dezelfde leeftijd zonder diversiteit. En dit op plaatsen waar de biodiversiteit het laatst had standgehouden (valleien, heuvels) voordat de aanplant van de dennen- en sparrenakkers er een einde aan maakte. De zandrug tussen Hageland en Zuiderkempen (met Averbode Bos & Heide, Dassenaarde…) bestaat uit heuvels, duinen en kommen waar van nature kurkdroge tot kletsnatte loofbostypes, vennen en venen voorkomen en ook effectief voorkwamen. Een gevarieerd loofbos bevat normaliter veel soorten van zomen, open plekken en heide. Dat beeld werd in Averbode afgelopen 150 jaar volledig “verduisterd” door de monotone aanplanting van naaldhout. De resterende loofbossen werden herleid tot één, meestal ontwaterd en overwegend soortenarm en kwetsbaar type.
Het bosbestand op de heuvelrug tussen. Hageland en Zuiderkempen was (is) grotendeels in particuliere eigendom en bestaat voor meer dan 90% uit aangeplant naaldhout. Begrijpelijk, want lange tijd was dit het meest lonende ‘gewas’ voor de eigenaar om zijn schrale grond toch nog enigszins te laten renderen. De grootschalige naaldhoutplantages in Averbode waren enkel zinvol in een tijdperk van steenkoolmijnen (voor het stuthout) én konden maar opbrengen door het permanent onderhoud van het diep grachtenstelsel, het vrijhouden van exploitatiewegen, het dunnen en opsnoeien van aanplantingen. Door het wegvallen van deze ‘economische context’ zagen de eigenaars geen toekomst meer in het gebied. Het arbeidsintensieve naaldhoutbos is daarom het landschap van het verleden, het arbeidsextensievere natuurgebied vol met boeiend leven en genietbaar voor de mensen dit van de toekomst.
Deze dennen zijn ooit aangeplant voor de houtproductie en zouden dus toch vroeg of laat allemaal gekapt worden. Het loofbos daarentegen mag zoals voorzien in het beheersplan ‘oneindig oud’ worden. Oud loofbos en veengebieden (turflagen) slaan netto veel meer koolstof (CO²) op dan ontwaterde dennenbossen met korte omlooptijd.
In beheerde natuurgebieden proberen we ook kansen te bieden aan natuur en landschap die niet rechtstreeks (wel onrechtstreeks!) in geld zijn te valoriseren. Is de mogelijkheid om in dit gebied van een arm bos te laten evolueren naar een bos- en natuurgebied vol leven en genietbaar voor de mensen net niet één van de redenen geweest waarom er node natuurreservaten moesten worden opgericht? Variatie moet er zijn!
Uiteraard is Natuurpunt steeds voorstander geweest van meer (en beter) bos en neemt hiervoor momenteel - vaak als enige - het voortouw in de discussies over de afbakening van de natuurlijke en agrarische structuur.
Waarom vennen en venen?
Aan de hand van oude kaarten (oa. De Abdijkaart Averbode – 1650) werd aangetoond dat rond Averbode heel wat waterrijke gebieden voorkwamen. Dit was de aanleiding om in het gebied op zoek te gaan naar de oude contouren van tal van vennen die er inderdaad nog liggen. Ook aan de hand van een aantal hypermoderne hoogtescans konden deze afgesloten kommen terug in beeld worden gebracht. Zo’n 15% was in vroeger tijden open water. Een diep grachtenstelsel maakte hieraan een einde.
Bij de uitvoering van het Life- project in Averbode Bos & Heide maakt het naaldbos eerst plaats voor de oude vennen omdat daar de grootste winst voor natuur (Europese habitatrichtlijn) en landschapsbeleving te behalen valt. Zonder planmatige ingreep dreigen op termijn door verwaarlozing van het grachtenstelsel toch de dennen massaal om te waaien of af te sterven
Door opheffing van delen van het intern grachtenstelsel wordt neerslagwater in het gebied zelf opgespaard en zullen vennen spontaan terugkeren. Naast het herstel van vennen, voorziet het beheerplan ook in de ontwikkeling van een belangrijke oppervlakte veenbos waar op termijn het zeer zeldzame broekbos met zachte berk zich kan vestigen.
Net als bossen zijn venen zeer belangrijk voor regulering van het klimaat omdat ze enorm veel koolstof bevatten. Wereldwijd schat men dat ongeveer 75 % van de koolstof in de atmosfeer ligt opgeslagen in venen. Door veranderingen in landgebruik en klimaat dreigt die koolstof echter in grote gebieden te oxideren, wat leidt tot een uitstoot van kooldioxide die een zeer belangrijke surplus vormt op de reeds problematische uitstoot van fossiele brandstof in dit verband. Natuurontwikkeling in al zijn aspecten kan – hoe klein ook - aan deze problematiek een positieve bijdrage leveren. Of hoe bij de natuurinrichting geïntegreerd gedacht wordt: natuurversterking, verhoging belevingswaarde, integraal waterbeheer en opslag CO2.
Waarom een plek voor de heide?
De rand van Kempen en Hageland is op oude kaarten nog te herkennen als een paarse heidevlakte. Dit landschap evolueerde naar intensief landbouwgebied of tot dennenbos voor de aanplanting van 'mijnhout'. Later kwamen hier villaverkavelingen in de plaats. Restjes heide kwijnen op veel plaatsen verder weg door inspoeling van meststoffen. Want heide wil enkel maar groeien op voedselarme grond. Wanneer de grond te zuur wordt (b.v. door zure neerslag of dennennaalden) blijven enkel nog een paar taaie grassen over.
In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, is heide bij ons een oeroud fenomeen. In het natuurlijk woud vond een zonneklopper als heide steeds wel een open plek om te groeien. Oude bomen stierven af of waaiden om, er liepen meer wilde grazers rond en veengronden waren te zuur en te arm voor bos. De uitgestrekte heidevelden daarentegen kwamen er bij de gratie van de mens. In de Middeleeuwen floreerden onze steden omdat de heideschapen de wol leverden voor de productie van laken.
In heide leven tal van specifieke dieren en planten, bijvoorbeeld de nachtzwaluw en de boomleeuwerik, maar ook de levendbarende hagedis, de veldkrekel en tal van keversoorten. Heide heeft ook een belangrijke cultuurhistorische waarde, net zoals sommige monumenten is het een getuige uit een (ver) verleden. Wegens niet productief meer voor andere doeleinden ziet het er naar uit dat heide enkel nog in een aantal beheerde natuurgebiedjes kan overleven. Niet dat we daar de uitgestrekte heidevelden van weleer zouden terugwillen (daarvoor is er trouwens geen plaats meer), wel streven we naar een kleinschalige afwisseling in een boeiend landschap en heideontwikkeling op die paar plaatsen waar er kansen zijn, zowel qua milieuomstandigheden als naar ruimtebalans.
Gelukkig blijven heidezaadjes lang kiemkrachtig, wellicht meer dan 100 jaar. Als relatief recente denaanplantingen worden verwijderd evenals de zure strooisellaag werpt dit meestal snel zijn vruchten af. |